Tax Lawyers / Fiscalisten

Tuesday, 05 March 2019

Internetconsultatie ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ bekend als de RC-maatregel

Internetconsultatie ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ bekend als de RC-maatregel
Amsterdam

Op maandag 4 maart 2019 is de internetconsultatie gestart van de
‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’

Wij berichtten u eerder over de door het kabinet Rutte-III op Prinsjesdag 2018 aangekondigde ‘rekening-courantmaatregel’ (zie onder meer onze e-mails van 19 september 2018 en 16 oktober 2018). Deze zou in het voorjaar van 2019 ter (internet)consultatie voorgelegd worden, waarna aan de hand van de verzamelde input een definitief wetsvoorstel opgesteld zou worden en naar de Tweede Kamer gestuurd zou worden.

De consultatie is op 4 maart gestart en loopt tot 1 april 2019. De maatregel moet in werking treden per 1 januari 2022 en zal voor het eerst van toepassing zijn met betrekking tot op 31 december 2022 bestaande schulden bij de eigen vennootschap.

In deze nieuwsbrief gaan wij kort in op de ter consultatie neergelegde stukken en op enkele daarin reeds door ons geconstateerde onduidelijkheden en knelpunten. Wij houden u op de hoogte over het verdere verloop van de consultatie en de daaropvolgende parlementaire behandeling.

 

Doel van de maatregel

Aldus de concept memorie van toelichting (“MvT”) beoogt het kabinet met deze maatregel het langdurig uitstellen (of definitief) afstellen van inkomstenbelasting over aan de vennootschap bij wijze van geldlening ‘onttrokken’ liquide middelen tegen te gaan.

De maatregel op hoofdlijnen

Op grond van het conceptwetsvoorstel worden (niet-eigenwoning)schulden (rechtens dan wel in feite, direct of indirect) aangegaan door de belastingplichtige en/of zijn/haar partner, bij een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang worden gehouden, als regulier voordeel aangemerkt voor zover deze het ‘maximumbedrag’ overschrijden.

Het maximumbedrag geldt voor de aandeelhouder en zijn/haar partner gezamenlijk en geldt één keer voor alle vennootschappen waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden.

Het maximumbedrag is EUR 500.000. Of dit maximum overschreden wordt, dient op 31 december van het kalenderjaar beoordeeld te worden.

Voor de volledigheid merken wij op dat het er op basis van de MvT nadrukkelijk op lijkt dat de EUR 500.000 niet als zogenaamde ‘safe harbour’ gezien kan gaan worden. De thans plaatsvindende discussies ten aanzien van door een aanmerkelijkbelanghouder bij zijn eigen vennootschap aangegane schulden voor een lager bedrag dan EUR 500.000 blijven spelen.

(Niet-eigenwoning)schulden die door kinderen (of andere bloed of aanverwanten in de rechte lijn van de belastingplichtige en/of zijn/haar partner) worden aangegaan bij een vennootschap, waarin zij zelf geen aanmerkelijk belang hebben, maar de belastingplichtige wel, vallen ook onder de maatregel. Voor ieder van deze met de belastingplichtige verbonden personen geldt separaat een drempel van EUR 500.000.

Vooralsnog lijkt het erop dat schulden, die aan een eigen vennootschap van de kinderen worden verstrekt, niet onder de maatregel vallen

Alleen eerbiediging voor eigenwoningschulden

Op basis van de wettekst en de MvT daarbij worden:

  1. op 31 december 2021 bestaande eigenwoningschulden (“EW-schulden”), als bedoeld in art. 3.119a van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (“Wet IB 2001”); en
  2. ná 31 december 2021 aangegane EW-schulden, als bedoeld in art. 3.119a Wet IB 2001, voor zover de terugbetaling daarvan verzekerd is middels een recht van hypotheek,

geëerbiedigd. Of deze eerbiediging ook geldt voor EW-schulden, waarop niet hoeft te worden afgelost op grond van het overgangsrecht ingevolge de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning is onduidelijk.

Definitie van schulden

Volgens het conceptwetsvoorstel worden onder schulden alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen verstaan. Deze dienen voor de nominale waarde in aanmerking genomen te worden.

(Overgangs)regeling om dubbele belastingheffing te voorkomen

Het deel van een schuld dat op grond van de maatregel in 2022 als ‘fictief regulier voordeel’ is belast, mag bij verkoop van de aanmerkelijkbelangaandelen in mindering worden gebracht op het vervreemdingsvoordeel. Hiermee wordt voorkomen dat daarover dubbele heffing plaatsvindt doordat de vordering die door de vennootschap wordt gehouden onderdeel uitmaakt van de waarde van de aandelen.

Voor het bovenmatige deel van schulden die in een later jaar als fictief regulier voordeel in aanmerking moeten worden genomen, lijkt slechts beperkt voorzien te zijn in een regeling om dubbele belastingheffing te voorkomen. De (volledig bovenmatige) lening die (bijvoorbeeld) op 15 december 2023 wordt verstrekt en (om de belastingplichtige en de vennootschap moverende zakelijke redenen) op 15 januari 2024 wordt uitgedivideerd, lijkt op basis van het conceptwetsvoorstel en de MvT daarbij zowel in 2023 als in 2024 in de belastingheffing betrokken te worden.

Logo

Amsterdam

Weteringschans 24, 1017 SG Amsterdam
T +31 20 535 4567

info@atlas.tax

Logo

Eindhoven

Emmasingel 33-35, 5611 AZ Eindhoven
T +31 40 303 5200

info@atlas.tax