Tax Lawyers / Fiscalisten

donderdag, 08 juni 2017

Hypotheekrenteaftrek buitenlands belastingplichten

In een recente uitspraak oordeelde het Europese Hof van Justitie (“HvJ”) dat een inwoner van Spanje recht heeft op (pro-rata) hypotheekrenteaftrek in Nederland, omdat zijn woonstaat Spanje geen rekening kan houden met zijn persoonlijke en gezinssituatie. Op 12 mei 2017 heeft de Hoge Raad in lijn met dit oordeel uitspraak gedaan in deze kwestie. Dit is een zeer interessante uitspraak in de situatie dat er in meerdere lidstaten wordt gewerkt en in de woonstaat geen rekening kan worden gehouden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige.  

Situatie

Een in Spanje woonachtige directeur-grootaandeelhouder hield een meerderheidsbelang in een Nederlandse en Zwitserse vennootschap. Het verdiende wereldinkomen was voor 60% toerekenbaar aan Nederland en voor 40% toerekenbaar aan Zwitserland. In Spanje kon de hypotheekrenteaftrek voor de Spaanse woning in verband met ontoereikende Spaanse inkomsten niet geldend worden gemaakt. In deze stond de vraag centraal of de Schumacker-doctrine hier kon worden toegepast.

Schumacker-doctrine

In beginsel dient door de woonstaat rekening te worden gehouden met de persoonlijke en gezinssituatie van een belastingplichtige. In afwijking hiervan is in de Schumacker-doctrine bepaalt dat deze verplichting overgaat op de werkstaat indien nagenoeg het gehele belastbare inkomen (90% of meer) wordt verworven in de werkstaat waardoor de woonstaat (door een te beperkte grondslag) niet de fiscale voordelen kan toekennen die samenhangen met de persoonlijke en gezinssituatie. In het voorliggende geval kon de woonstaat geen rekening houden met de persoonlijke en gezinssituatie door de afwezigheid van inkomen. Echter was hier geen sprake van één werkstaat maar werd het inkomen voor 60% verdiend in Nederland en voor 40% in Zwitserland.

Hof van Justitie

Het HvJ oordeelt dat de Schumacker-doctrine van toepassing is op de in Spanje woonachtige directeur-grootaandeelhouder. Dit betekent een belangrijke nuance van de 90%-eis omdat niet relevant is dat sprake is van meerdere werkstaten. Het HvJ beslist dat de werkstaat in een dergelijk geval pro-rata rekening dient te houden met de persoonlijke en gezinssituatie. Doorslaggevend is dat de woonstaat hier geen rekening mee kan houden wegens het ontbreken van (voldoende) inkomen in de woonstaat.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak is belangrijk voor de praktijk omdat Nederland vaker de aftrek van negatieve inkomsten uit de in een andere woonstaat gelegen eigen woning moet toestaan. Namelijk ook in de situatie dat minder dan 90% van de inkomsten in Nederland worden gegenereerd. Het betekent ook dat de huidige regeling inzake kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen, welke regeling aansluit bij het 90%-criterium, zal moeten worden herzien dan wel worden verduidelijkt.

Deze uitspraak roept ook een aantal vragen op. Zo is onduidelijk hoe de pro-rata uitwerkt indien de negatieve inkomsten uit de eigen woning ook in de andere werkstaat niet geldend kunnen worden gemaakt. Moet Nederland dan voor 60% of voor 100% hypotheekrenteaftrek verlenen. Hierover komt op korte termijn meer duidelijkheid omdat de Hoge Raad de zaak op dit punt heeft verwezen naar het Hof. Ook bestaat de vraag of deze uitspraak effect sorteert voor alle persoonlijke aftrekposten of slechts voor de aftrekposten die vergelijkbaar zijn met de woonstaat.

In het geval van Nederlands inkomen waarbij de belastingplichtige niet in Nederland woont en 90% of meer van het inkomen buiten de woonstaat genereert, adviseren wij om te beoordelen of deze uitspraak kan leiden tot het in aanmerking nemen van de persoonlijke aftrekposten.

Logo

Weteringschans 24 / 1017 SG Amsterdam
T +31 20 535 4567

info@atlas.tax